God stelt ons in de gelegenheid de dieptepunten van het leven te ervaren,
Teneinde ons lessen te geven die we niet op een andere
Wijze hadden kunnen leren.
C.S. Lewis.
Karma als ontwikkeling.
De eerste uitspraak van C.S. Lewis zet direct de toon: “God stelt ons in de gelegenheid de dieptepunten van het leven te ervaren.” Daar kan ik, enigszins sarcastisch, aan toevoegen: Geweldig, God of universum, dankjewel, doe er nog maar een. Toch is het niet anders, de aarde is een karmische planeet, waarop wij mensen naar het evenbeeld van de Schepper zijn geschapen. Dat evenbeeld is onze ziel, verbonden met Het Zelf. Onze ziel heeft alle kennis, maar mist de ervaring. Volgens Walsch (2024) is het doel van de ziel om op aarde te ervaren waarvan zij volledige kennis heeft. Om dit op aarde te doen, heeft de ziel een lichaam en de geest nodig. Het Al biedt ons de unieke kans om onze Goddelijkheid te ervaren en uit te drukken op aarde. Met als doel de hemel op aarde te creëren. Dat is echter niet gemakkelijk, want de ziel dringt zich niet op aan de geest. Vaak wordt de agenda van ons ego uitgevoerd, in plaats van die van onze ziel. Wanneer we de agenda van de ziel volgen, bewandelen we een totaal andere weg dan die van het ego of dezelfde weg, maar met een totaal andere ervaring.
De Lichtmens op reis.
De term “Lichtmens”, gebruikt door Hans Stolp in Waarom wij naar de aarde kwamen (2003), is treffend. De aarde is dus een ervaringsplaneet, of romantischer gezegd: een grote ontdekkingsreis van de lichtmens, waar wij een vrije wil hebben en de perfectie van de universele wetten altijd aanwezig zijn. Veel van wat we meemaken, begrijpen we niet altijd. Het is belangrijk om te kunnen accepteren dat het niet anders had kunnen gaan. Zo ervaren we datgene wat ons Hogere Zelf noodzakelijk acht. We krijgen de ervaringen die passen bij onze trillingsfrequentie, waar geen ontkomen aan is. Maar nooit als straf: het is onze eigen creatie en verlangen om te kunnen groeien als Lichtmens op aarde. Hoe we op gebeurtenissen reageren, hangt af van hoe we denken en de betekenis die wij daaraan geven. Het gaat hier over observatie van de gebeurtenis en de vrije keuze die wij vanuit ons denken en hart hebben. De grootste valkuil is ons ego, dat zichzelf met anderen vergelijkt. Verbonden blijven met ons hart is de sleutel tot vrijheid. Misschien is de belangrijkste vraag: wie ben ik?
De kracht van het niet vergelijken.
Norma Milanovich en Shirley McCune, benadrukken waarom vergelijken geen zin heeft:
Iedere gebeurtenis in iemands leven staat op zichzelf en zou niet met andere dingen vergeleken moeten worden. Want iedere gebeurtenis heeft een eigen trillingsfrequentie met unieke lessen om te leren, en zou geanalyseerd moeten worden vanuit het perspectief van ‘wat zou ik uit deze situatie kunnen leren?’ in plaats van het leven te benaderen vanuit dit perspectief, kiezen personen er vaak voor hun levens en omstandigheden te vergelijken met die van anderen en het zijn deze vergelijkingen waardoor ze vaak gedeprimeerd raken, omdat ze geloven dat anderen gezegender zijn dan zij.
(Norma Milanovich & Shirley McCune, p.210)
De gelijkenis van de dagloners, Mattheüs 20.
De Bijbel biedt een mooie gelijkenis van Meester Jezus die uitstekend past bij de Wet van Betrekkelijkheid. Over het algemeen wordt de gelijkenis uitgelegd als “de laatsten zullen de eersten zijn”. De gelijkenis gaat kort samengevat als volgt: de landheer heeft een druivenwijngaard, en het is tijd dat de druiven worden geoogst. De landheer stuurt zijn knecht naar het dorp om dagloners te regelen voor de oogst. Vijf dagloners werken van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds (12 uur) voor tien euro. Later worden nog eens vijf dagloners ingehuurd voor acht uur werk, ook voor tien euro. Tot slot worden er om vijf uur ’s avonds vijf dagloners ingehuurd voor drie uur werk, eveneens voor tien euro. In de gelijkenis is de landheer het Al, of God. De dagloners staan symbool voor de mensen op aarde tijdens hun creatieproces. De volgende dag krijgen alle dagloners het afgesproken bedrag, tien euro voor 12 uur werk, tien euro voor acht uur werk en tien euro voor drie uur werk.
Waarom vergelijken niet loont.
En nu begint het proces van vergelijken. De dagloners die 12 uur hebben gewerkt, vinden het onrechtvaardig dat zij hetzelfde loon krijgen als de dagloners die acht uur hebben gewerkt. Deze vinden het onrechtvaardig dat zij hetzelfde loon krijgen als de dagloners die drie uur hebben gewerkt, ondanks dat de afspraak heel duidelijk was. De dagloners die drie uur hebben gewerkt voor tien euro lijken de beste deal te hebben gemaakt, toch kan dit genuanceerd worden: deze hebben namelijk de gehele dag in de onzekerheid gezeten of zij werk zouden krijgen. Dit geldt ook voor de dagloners die in de middag gevraagd zijn. De dagloners die twaalf uur hebben gewerkt, hadden in de ochtend al zekerheid van werk, tevens meer gelegenheid om zich te bewijzen. De dagloners die twaalf uur gewerkt hebben, waren blij toen zij zekerheid van werk hadden, toen zij geconfronteerd werden met de betalingen van de andere dagloners, ontstond er ontevredenheid. Dit is wat er gebeurt wanneer we ons creatieproces vergelijken met dat van anderen: het brengt alleen maar ontevredenheid. We leggen de situatie buiten onszelf en nemen geen verantwoordelijkheid voor ons eigen pad, terwijl we zelf de beslissingen hebben genomen. Bovendien weten we niet hoe het pad van de ander werkelijk is. Vergelijken lijkt logisch, maar het levert niets op. Het is interessant om onszelf af te vragen: welk deel van ons heeft belang bij vergelijken? Volgens mij is dat ons zo geliefde ego, dat er belang bij heeft om het buiten onszelf te zoeken. Voel wat er gebeurt als we stoppen met vergelijken, verantwoordelijkheid nemen en onze energie richten op datgene wat we wel willen.
De kunst van gerichte aandacht.
Jaren geleden werd tijdens een yoga-opleiding die ik destijds volgde een passend verhaal verteld over het kunnen vasthouden van de focus op een doel. Dit verhaal hoort bij een yoga-oefening genaamd de Boogschutter. Het verhaal past ook mooi bij de Wet van Betrekkelijkheid, waarbij we de neiging hebben onze focus te verliezen door de uitdagingen die het leven ons brengt.
Een leraar in het boogschieten begeleidt drie leerlingen. Ze staan in een bergachtig gebied, waar in een rotswand een roofvogel is uitgehakt. De leerlingen staan op een plateau tegenover deze uitgehakte roofvogel. De leraar roept zijn eerste leerling bij zich en geeft hem de opdracht zich gereed te maken: de boog te spannen, de pijl te richten en vervolgens, met toestemming van de leermeester, de pijl naar zijn doel te sturen, zodat de pijl het doel treft. Wanneer de eerste leerling klaar is om los te laten, vraagt de leermeester: ‘Wat zie je?’ ‘Ik zie een arend, meester.’ ‘Wat zie je nog meer?’ ‘Ik zie de vleugels en de rotsen.’ De leermeester zegt vervolgens: ‘Ontspan je boog; er wordt niet geschoten.’
De leermeester roept de tweede leerling bij zich om zich gereed te maken en stelt dezelfde vraag: ‘Wat zie je?’ De leerling antwoordt: ‘Ik zie de kop van de roofvogel.’ ‘Wat zie je nog meer?’ ‘Ik zie de staart, meester.’ Opnieuw zegt de leermeester: ‘Ontspan je boog; er wordt niet geschoten.’ Daarna roept hij de derde en laatste leerling bij zich. Weer vraagt hij: ‘Wat zie je?’ De leerling antwoordt: ‘Ik zie de kop van de roofvogel, meester.’ ‘Wat zie je nog meer?’ ‘Ik zie de kop van de roofvogel, meester.’ Nogmaals: ‘Wat zie je nog meer?’ ‘Ik zie de kop van de roofvogel, meester.’ Dan zegt de leermeester: ‘Laat los.’ De pijl verlaat de boog en treft zijn doel.



